ASTEN

In een 'klokkendorp' horen natuurlijk klokken te zingen. Het carillon, waarvoor Asten maar één jaar had hoeven sparen, telde bij de ingebruikname in 1966 nog 'maar' 47 klokken (basis bes1).

In de jaren zeventig ontstond het verlangen naar een zwaarder en lager klinkend instrument. De zware luidklokken werden de nieuwe basis en het 'gat' tussen luid- en beiaardklokken werd gedicht met vier nieuwe middelzware beiaardklokken. Tijdens de torenrestauratie in 1980 werd dit ambitieuze plan uitgevoerd en kreeg Asten een beiaard van 55 klokken (basis cis1).

Daarmee was de klokkenhonger nog niet gestild, want in 2001 werd ter nagedachtenis aan wijlen Jacques Rutten - oud-burgemeester en groot klokkenpromotor - een klok van 780 kg aan de reeks toegevoegd. De Astense beiaard (omvang: cis1 - es1 - f1 - chromatisch - bes5) is daarmee uitgegroeid tot één van de grootste van ons land. De klokken zijn gegoten door Eijsbouts in de jaren 1948, 1966, 1977, 1979 en 2001.

Er is echter één uitzondering: de klok 'Maria' van Jan die Smet uit 1447. En juist die klok staat voor meer dan vijf eeuwen klokkencultuur in! Deze klok is niet alleen fraai van vorm, maar ook interessant vanwege de naam ian die smet vander diesdunc, de man die niet als klokkengieter voorkomt in schriftelijk bronnen, maar wel in 1476 de 'klockmester' wordt genoemd.

Algemeen wordt aangenomen dat hij de klokkengieter is, maar de versiering wijst in een andere richting. Het hert op de klok heeft een crucifix in het gewei. Ook op de sierrand een lelie, een bok, een tweekoppige adelaar, het Lam Gods en een op de kop staande leeuw. De tekst luidt: "Ik heet Maria in het jaar des Heren 1447 Jan die smet vander diesdunc". De slagtoon van de klok is es1 en diameter 125 cm. De klok weegt 1530 kg.